De jacht op het Witte Hert

Onvergetelijk

Aah, Keulen, wondermooie stad. Jammer dat de ridderschare buiten de stadsmuren was gelogeerd, waardoor ze er niet veel van konden zien. Edoch, omdat het bezichtigen der steden toch echt wel niet het doel hunner reis was geweest, besloten ze dan maar om definitief de Rijksgrens over te steken en naar de Bourgondische erflanden terug te keren, al waar hun kastelen op hen wachtten. Spoorslags reden ze naar de Keizerstad Aken, door dynastiek toeval nu ook grensstad der Heilige Roomse Rijk geworden, en staken ze daar via smokkelwegen en smokkelkaren in het geniep de grens over tot zij in de grensplaats Eupen terechtkwamen. Er kon geen twijfel over bestaan, het regende, de wegen lagen slecht en er was een wildgroei aan borden. Jawel, ze waren terug in de Bourgondische Kreits, en stonden op het punt de trein (wederom) te nemen, richting het Graafschap Vlaanderen, toen …

Boedapest

Er niets gebeurde. In melancholie overdachten zij hun succesvolle expeditie, die hen van de bossen van het Zwarte Woud tot de torens van het Oostelijke Boedapest had gebracht, van de Alpenmeren tot het Keizerlijke Wenen en van de hitte van Centraal Europa naar de onaangename koelte van de Rijnvallei, alwaar regen en wind hen teisterden. Waarlijk, het was een grote expeditie geweest, waar vele kilometers onder hun hoeven door waren gegaan en vele steden hun poorten, al dan niet gewillig, hadden geopend voor de koninklijke legers.

Wenen

Ze dachten met weemoed terug aan de oude tovenaar die hen mysterieus had toegesproken op de oevers van de Thames in Londinium en hoe een onbekende ridder in Graz hen een gouden tip gaf. Maar ook de indrukwekkende schoonheid van steden als Straatsburg, Salzburg, Székésfehervàr, Regensburg en Koblenz, die allen op hun route hadden gelegen, zouden ze niet gauw vergeten. Ze waren samen stil geworden aan de oevers van het Balatonmeer, de Donau en de Rijn, maar vooral hun tussenstop in de machtige stad Wenen had een diepe indruk nagelaten.

Londen

Het witte hert hadden ze uiteindelijk gevonden in het verre Boedepast, zodat de lange tocht niet zinloos was geweest. De tocht was met name soms zwaar geweest. De ridders hadden meer kilometers afgelegd dan ooit te voren en een dagtocht vanuit het Zwarte Woud tot in het Oostenrijkse hartland mag niet onderschat worden. Voornamelijk in het Hongaarse koninkrijk leek chaos bij momenten de bovenhand te nemen. Het was echter op de tocht van hertogdom Beieren naar het Rijnland dat ze met de grootste problemen te maken kregen. Een evacuatie, veel improvisatie en enkele uren later dan gepland kwam gelukkig ook toen alles in orde.

Maar bovenal leek iedereen het er over eens dat het een fantastische veldtocht was geweest. Vol goede herbergen, stevige maaltijden, wonderlijke uitzichten en niet te vergeten… elkaar. De ridders waren dichter bij elkaar gegroeid en besloten dat dit niet hun laatste queeste zou zijn. Sommige herinneringen draag je voor de rest van je leven mee en allen waren er zeker van dat dit iets was om voor altijd te koesteren.

Tot de volgende keer!